Mijn broer Erik is behalve kerkhistoricus ook familiehistoricus. Sinds het overlijden van onze ouders beheert hij het familiearchief en van tijd tot tijd duiken daaruit onbekende stukken op.
Zo bracht hij op de laatste familiereünie een zwarte ringband mee, waarin mijn ouders na mijn geboorte een dagboek hebben bijgehouden. Niet langer dan een jaar overigens, want na 23 november 1947 kent de ringband slechts lege blaadjes. Daarna was er kennelijk weinig bijzonders meer te melden… Maar in mijn eerste levensjaar spatten hun liefde en blijdschap van het papier. Dat ontroert me, ook omdat ze later dat soort gevoelens niet gemakkelijk tegenover hun kinderen uitten.
Ik weet nu trouwens ook dat ik die eerste tijd tamelijk spartaans ben behandeld. Ik blijk elke nacht gehuild te hebben, maar drinken? Echt niet. ‘Hij moet leren om door te slapen. Na drie maanden geeft hij het op’, schrijft mijn moeder. Afijn, het heeft me mede gevormd tot wie ik nu ben.
Ik lees ook: ‘Zondag 24 november 1946 wordt onze jongen gedoopt. God verzegelt zijn belofte aan ons kindje, dat Hij altijd voor Addie zal zorgen. Vader en moeder beloven aan God dat zij Addie zullen opvoeden tot Gods eer.’ Ze hebben die beloften gehouden: mijn ouders en God. Mijn ouders naar beste vermogen, God voor 100 procent.
Ik heb het teruggezocht in het doopformulier dat 69 jaar geleden is gelezen. Daarin stond wat God beloofde: Ik zal je schoonwassen, bevrijden, vergeven, regeren, begraven en laten opstaan, in je wonen en jawel, je tot mijn kind en erfgenaam aannemen. Adoptie, lang voor ik het woord kende. God heeft woord gehouden. Hij heeft dat allemaal gedaan, ondanks wie ik ben en wat ik doe en deed.
Dat oude, veel te lange, maar inhoudelijk onovertroffen doopformulier, wauw, ik hoor er zomaar Sela’s dooplied in: ‘Met de Heer begraven en weer opgestaan, om voor Hem te leven, Jezus’ weg te gaan. Uit het water van de doop putten wij geloof en hoop, dat Gods trouw en liefde blijvend is.’ Spartaans? No way. Royaal, overvloedig, uitbundig!
Column hoofdredactie OnderWeg – Ad de Boer – 11 december 2015