Ga naar de inhoud

Patriot

Patriotten. Het was lang geleden dat ik dat woord hoorde. Het was op school bij een les geschiedenis, denk ik. Het ging over de strijd tussen de patriotten en de prinsgezinden in het Nederland van de achttiende eeuw. In mijn herinnering waren de patriotten de bad guys.

Vandaag de dag is dat wel anders. Trump, Wilders, Le Pen en de Brexiteers toeteren ons in de oren dat we patriotten moeten zijn. Weg met de globalisten en eurofielen, weg met alles wat vreemd is. ‘We moeten onze nationale identiteit koesteren.’ ‘We gaan ons land terugveroveren.’ ‘We’ll make America great again.

Ik voel de nostalgische verleiding die hiervan uitgaat: terug naar het kleine huis op de prairie, terug naar de tijd toen geluk nog heel gewoon was en Nederland een overzichtelijk aangeharkt landje. Patriottisme lijkt een aanlokkelijk alternatief. De gordijnen dicht, niet meer naar het journaal kijken, niet meer denken aan wanhopige Syrische vluchtelingen in wankele bootjes en aan gemartelde Rohingya’s in Azië. Gewoon weer net als vroeger: schoolklassen die op Koningsdag vaderlandse liedjes zingen voor het gemeentehuis, een witte Sinterklaas met probleemloos zwarte pieten en geen azc’s.

Geen misverstand: ik sta niet te juichen over de neoliberale wind die wereldwijd zwakken en kwetsbaren treft, over overheden die wegkijken als de veiligheid van burgers door geradicaliseerde moslims wordt bedreigd of over het krakkemikkige bouwsel van de EU. Maar het antwoord daarop is nooit het terugtrekken in het eigen blanke bastion.

Ik heb een dubbel paspoort: het wereldwijde koninkrijk van God gaat boven het Koninkrijk der Nederlanden en verbindt mij met broers en zussen in Amerika en Albanië, in Zuid-Korea en Zimbabwe, meer dan met mijn blanke volksgenoten hier. Een wedergeboren christen heeft zijn hoofdkwartier niet in Den Haag of in Amsterdam, maar in de hemelse gewesten. Ik steiger als ik in een Amerikaanse kerk naast de preekstoel de Amerikaanse vlag zie hangen of als ik terugdenk aan de ‘nationale’ manifesten en ‘nationale’ appèls uit mijn eigen politieke verleden.

Wie Jezus kent en volgt, is principieel geen patriot, maar een wereldburger: overal én nergens thuis. Want in Jezus’ missie passen geen hekken, muren en grenzen. Armen goed nieuws brengen, gevangenen hun vrijlating bekendmaken, onderdrukten hun vrijheid geven: dat kent geen beperkende voorwaarden naar land, ras of cultuur. Niet Caesar is Heer, maar Jezus is Heer.

Column hoofdredactie OnderWeg – Ad de Boer – 18 februari 2017

Patriot

https://www.onderwegonline.nl/8903-redactioneel-patriot