‘Wat ben je?’, vroegen ze in mijn jeugd, als ik op een nieuwe school kwam. ‘Ik ben van artikel 31’, zei ik dan. Want gewoon ‘gereformeerd’ maakt onvoldoende duidelijk tot welke kerk ik precies behoorde.
‘Wat ben je?’ Veel minder vaak dan vroeger zal die vraag tegenwoordig worden opgevat als een vraag naar de kerk waar je bij hoort.
‘Wat ben je?’ ‘Ik ben christen’, zullen mensen vandaag de dag zeggen.
‘Ik ben christen.’ Vroeger zou zo’n antwoord je neer hebben gezet, als een vaag persoon, iemand die zich op de vlakte houdt, die niet wil uitkomen voor zijn kerkelijke overtuiging. En er zou stevig doorgevraagd zijn naar je kerkelijke papieren. Decennialang hebben de vervoegingen ‘gereformeerd’, ‘evangelisch’, ‘pinkster’, ‘hervormd’ en ‘vrijgemaakt’ het moederwoord ‘christen’ overvleugeld. Maar de laatste tijd is dat veranderd. In de geestelijke kaalslag in veel kerken en in de poolwind van de secularisatie die in ons land waait, zijn we steun en beschutting bij elkaar gaan zoeken. We zijn gaan zie dat ‘christen’ niet vaag, maar juist heel onderscheidend is. Dat de kloof met de wereld veel groer is dan de verschillen tussen christenen onderling En we zijn meer nadruk gaan leggen op wat christenen verbindt dan op wat hen scheidt. Wie vandaag de dag op school, op zijn werk of op vakantie iemand ontmoet die zegt: ‘Ik ben christen’, denkt niet: wat een vaag persoon, maar: geweldig, een broeder, een zuster. We horen bij elkaar!
Vijfentwintig jaar geleden zou voor het politiek samengaan van RPF en GPV ongetwijfeld een naam zijn gezocht in de buurt van ‘gereformeerd’ of ‘reformatorisch’. Maar anno 2000 vindt haast iedereen het vanzelfsprekend dat een naam gekozen wordt met het woord ‘christen’ er in. En zou het ooit tot de naam ‘Evangelische Omroep’ zijn gekomen, als de EO niet in 1967, maar in 2001 zou zijn opgericht?
‘Ik ben christen’. Christen: een naam die sinds Antiochië de dragers ervan verenigt en tegelijk afgrenst van hen die die naam weigeren. Christen: een naam die naar Christus verwijst. Ik hoor bij Hem, ik ben van Hem. Christen: ook een naam die mij veel meer dan ‘reformatorisch’, ‘gereformeerd’ of ‘evangelisch’ naar de keel kan vliegen. Ben ik het echt? Herkennen de mensen mij als een christen? Niet aan de vis op min auto, niet aan mijn functie bij de EO of mijn lid zijn van de kerkenraad? Nee, als ze dat allemaal niet weten, herkennen ze me dan als iemand die bij Christus hoort?
‘Ik ben christen’: een spiegel die me doet vluchten. Van mezelf vandaan – want wat blijkt er vaak weinig van – naar Hem naar wie ik genoemd ben: Christus. Ik zeg amen op die gereformeerde, evangelische woorden uit artikel 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, die vertelt over de kenmerken van de christenen: ‘Christenen zijn geen mensen zonder zwakheid; nee, alle dagen van hun leven strijden ze door de Geest daartegen en nemen voortdurend hun toevlucht tot het bloed, de dood, het lijden en de gehoorzaamheid van de Here Jezus. In Hem hebben ze door het geloof vergeving van hun zonden’.
Directiecolumn – Visie – Ad de Boer – 6 februari 2000