‘Jij gaat naar de hel’, riep ik als zesjarige op straat tegen mijn roomse buurjongen, die ik in zijn kamer pal naast de mijne elke avond tot Maria hoorde bidden. Mijn moeder gaf me prompt een pak slaag, opdat ik dat ‘nooit, maar dan ook nooit meer’ zou zeggen.
Toch was de kijk op andere kerken in ons vrijgemaakte gezin niet breed oecumenisch. Mijn gereformeerde vrienden Chris en Koos mochten op zondag wel met ons mee naar de kerk, maar het omgekeerde was uitgesloten. Ik weet niet meer of mijn ouders daarbij het begrippenpaar ‘ware en valse kerk’ hanteerden. Maar dat de Here ons riep naar het zaaltje in gebouw Concordia en niet naar de Salvatori- of Maranathakerk van mijn vrienden, stond voor hen buiten twijfel. En voor mij eigenlijk ook.
God heeft sindsdien het nodige veranderd in mijn kijk op de kerk. Vanaf mijn vroegste EO-jaren tot de meest recente New Wine-conferenties opende Hij in ontmoetingen met hervormde en gereformeerde broers en zussen mijn ogen voor de lengte, breedte, hoogte en diepte van de liefde van Jezus. Mijn profetie van vóór 2004 dat de fusie van hervormden en gereformeerden een kleurloze kerk zou opleveren, is vals gebleken. Evangelische en confessionele krachten hebben elkaar in de PKN gevonden en hebben die Goddank een verrassend vrijmoedig missionair elan gegeven.
Toch knarst het bij mij als ik NGK’ers en GKv’ers onbekommerd hoor roepen dat we ‘natuurlijk’ over een paar jaar met zijn allen in de PKN zitten. Ik vind het een prima plan om veel royaler dan tot nog toe elkaars predikanten welkom te heten op de kansel. Laten we vooral closere buren worden. Maar zolang binnen de PKN een vrijzinnig evangelie ‘dat geen evangelie is’ een erkende plek heeft, is een fusie, of wat daarop lijkt, voor mij een paar bruggen te ver. Zolang broers en zussen uit modernistische PKN-gemeenten naar ons toe vluchten, omdat ‘de dominee ontkent dat Jezus God is en dat de Bijbel Gods Woord is’, zie ik weinig in een eigen Gkv/NGK-plekje in het ‘voor elk wat wils’ PKN-huis. En verontruste predikanten die daarheen verkassen, daar snap ik dus echt niks van.
Column hoofdredactie OnderWeg – Ad de Boer – 25 juni 2016