Ga naar de inhoud

Troonrede voor de omroep

Wat had ik op Prinsjesdag graag onderstaande woorden in de Ridderzaal horen uitspreken.

‘De Nederlandse publieke omroep behoort naar het oordeel van de regering tot de beste van Europa. Onder kijkers en luisteraars bestaat veel waardering voor de programma’s en de kosten zin verhoudingsgewijs laag. Zeker gelet op de loodzware commerciële concurrentie, handhaaft de publieke omroep in ons land zich behoorlijk.

Daarnaast maakt de regering zich ook zorgen. Het aantal Nederlanders dat naar programma’s van de publieke omroep kijkt, daalt gestaag. Het imago van ‘Hilversum’ is zwaar-op-de-hand, ouderwets en saai De publieke omroep is een meester in het formuleren va ambitieuze doelstellingen over wie ze met welke programma’s wil bereiken, maar maakt die vervolgens door een te hoog ‘ieder-voor-zich’-gehalte niet waar. Zeker in de journalistieke programma’s is het te vaak koekoek-een-zang en wordt de pretentie van een pluriform bestel niet waargemaakt. De dreiging van omroepen om het besteld te verlaten, vormt een serieuze bedreiging voor de breedte van het publieke programma-aanbod. Wil de publieke omroep in onze samenleving een rol van betekenis blijven spelen, dan moeten de bakens snel en ingrijpend worden verzet.

De regering constateert met vreugde dat dit besef ook in Hilversum steeds verder doordringt.  Er is door samenwerkings- en efficiencyslagen in korte tijd maar liefst 64 miljoen euro bezuinigd en de kijkers en luisteraars hebben daar geen last van gehad. De Raad van Bestuur heeft een omvangrijk vernieuwingsproces gestart, waarin individualisme en vrijblijvendheid plaats maken voor gezamenlijkheid en afrekenbaarheid. Hoewel binnen de journalistieke redacties nog weinig zelfkritiek te bespeuren is, is bij bestuurders en directeuren sprake van een grote drive om een pluriformere bijdrage te leveren aan het maatschappelijke debat in Nederland.

De regering wil dit vernieuwingsproces ondersteunen met passende wetgeving. Die zal op onderdelen pijn doen, maar biedt naar het oordeel van de regering de beste kans dat de patiënt overleeft. Eerdere plannen om de nieuwe concessietermijn tot drie jaar te bekorten, trekt de regering in. Met een concessietermijn van vijf jaar krijgt de publieke omroep tijd om de noodzakelijke sprong te maken naar een nieuwe digitale toekomst, waarin veel van de huidge dscussies over twee of drie zenders en over breed bereik versus kleine groepen tot het verleden zullen behoren. Die toekomst wenst de regering de publieke omroep, die niet van de staat, niet van de makers, maar van de samenleving behoort te zijn, van harte toe’.

Directiecolumn – Visie – Ad de Boer – 2 oktober 2004

Troonrede voor de omroep – Visie – 2oktober 2004