Wij hebben drie prachtige kleinzoons: Tom van zes, Jasper van anderhalf en Daniël van één jaar. Ons vierde kleinkind bevindt zich nog in de buik van zijn of haar moeder.
Tom is onze oudste kleinzoon. Laatst kwam hij op mijn verjaardag naar me toe met een vraag, waarvan zijn moeder in de auto tegen hem had gezegd: ‘Vraag dat straks maar aan opa’. En dat deed-ied: ‘Opa, waarom praatte de Here God wel tegen Abraham, maar niet tegen ons?’ Of die vraag die hij een paar ween geleden aan zijn moeder stelde, nadat hij op televisie het spotje met dat uitgemergelde Ethiopische jongetje had gezien: ‘Mamma, dat kindje kent de Here Jezus zeker niet, hè? Want dat jongetje gaat bijna dood van de honger. En als je de Here Jezus om brood vraagt, dan geeft Hij brood en geen steen. En dus ….’ Vragen recht uit het hart van een kind van zes. Vragen die je als ouder niet even simpel kunt beantwoorden, en die je misschien zelfs niet hardop durft te stellen. Terwijl ze volop bij je leven.
Is dat niet wat kinderen doen? Gewoon de vragen stellen die in hen opkomen: ‘Wordt de wind niet moe van het waaien?’ ‘Is dat niet zielig voor die mevrouw dat ze met zo’n oude man is getrouwd?’’ (voor de goede orde, dat ging over mijn vrouw en mij.) ‘Waarom maat God dat kindje niet beter, als ze er om bidt?’ Niet denke – zoals wanneer je ouder bent – dat dingen te gek zijn om te vragen. Geen vragen verdringen of wegstoppen. Je er niet voor generen. Maar vrijmoedig de vragen stellen die in je hart leven: aan elkaar, aan God.
Nummer twee is Jasper Hij mocht een week of wat terug een paar dagen bij ons logeren. Anderhalf is-ie en hij houdt je dus va ’s morgen vroeg tot-ie naar bede gaat, goed bezig. Wat me die dagen trif, was hoe ongelooflijk volhardend kinderen van die leeftijd zijn. Niet één keer vragen, of opa met hem een plaatjesboek wil kijken, maar tien keer het boek door: weer…! Niet één keer de kamer doorlopen op opa’s voeten, maar tien keer: weer …! Niet één keer op opa’s knie ‘zandweggetje, zandweggetje’ doen, maar tien keer: weer…! Volhardend. Een kind van die leeftijd kan eindeloos achter elkaar hetzelfde doen, hetzelfde vragen. Bij het ouder worden raken we dat snel kwijt. Volhardt in het gebed, schrijft Paulus. Nou, één keer voor iets bidden, dat doen we wel. Twee keer ook nog wel. Maar dan … Ik zal voor je bidden, beloven we. Maar zijn we daarin net zo volhardend als een kind van anderhalf?
Nummer drie is Daniël. Drie maanden geleden kwam hij uit het verre Colombia naar Nederland: geadopteerd door onze dochter en schoonzoon. Sindsdien is hij in hoog tempo bezig de achterstand die hij had, in te lopen. Hij kan inmiddels staan, kruipt de kamer door en probeert de trap te beklimmen. Je ziet hem groeien onder de zorg en de liefde van zijn ouders. En je ziet hem zijn mond wijd open doen, als hij de zuigfles voorgehouden krijgt of als de lepel geprakte groente zijn mond nadert: klaar om te ontvangen …. Hij kan nog niets produceren, nog niets geven, alleen maar ontvangen. Wat houden we daarvan over, als we ouder zijn? Geven doen we graag, Want dat doe je, als je iets bezit. Maar ontvangen voelt vernederend. Veronderstelt lege handen en een lege mond … En daar houden we niet van. En toch vraagt God dat: Open je mond en Ik zal hem vullen. Kom met lege handen en ik zal ze vol maken.
Directiecolumn – Visie – Ad de Boer – 25 juni 2000