De eeuw van mijn vader. Zo heet de nieuwe bestseller van Geert Mak (schrijver van Hoe God verdween uit Jorwerd) die ik dezer dagen voor zijn verjaardag kreeg. Aan de hand van de levensgeschiedenis van zijn vader – gereformeerd predikant – schrijft Mak daarin een kroniek van een bijna voorbije eeuw.
Al lezend vroeg ik me af: Hoe zou ik de eeuw van mijn vader beschrijven? Zou ik vooral schrijven over de grote veranderingen tussen vroeger en nu? Tussen de tijd dat mijn vader en moeder jong waren en de komende eeuwwisseling? Tussen de tijd dat ik zelf jong was en nu bijna in aanmerking kom voor 55-plus-korting?
De eeuw van mijn vader. Daarin veranderde er ongelooflijk veel. Het ging van de kroontjespen naar de Pentium III-pc. Van Hendrik Colijn naar Leen van Dijke. Van de Zingende zusjes naar MIC. Van Dappere Dodo naar Big brother. Van antraciet naar vloerverwarming. Van ‘Op broeders, op gezongen’ naar een WWJD-polsbandje. Van een briefpostzegel van twee cent naar e-mail. Van Paul Krüger naar Nelson Mandela. Van ‘Daar gaat door alle landen’ naar ‘Who is the King of the jungle’.
De eeuw van mijn vader. Zou ik nadruk leggen op wat er allemaal in die eeuw veranderde? Of juist op wat bleef? Op wat een brug slaat tussen de generaties van vroeger en nu? Op wat onopgeefbaar is?
Dat God dwars door nood en lijden heen trouw en te vertrouwen is. Zoals mijn grootouders in 1918 hebben ervaren, toen ze door de kinkhoest in twee weken tijd vier kinderen verloren.
Dat je ja ja moet zijn en je nee nee, en dat wat daar bovenuit gaat ‘uit de Boze’ is. Zoals mijn moeder liet zien, toen ze in 1941 op de kleuterschool waar ze als meisje van zeventien werkte, als enige van het personeel weigerde de Ariërverklaring te ondertekenen.
Dat als God je roept, je maar hebt te volgen, ook al is het een stap in een onzekere toekomst. Zoals mijn vader zette, toen hij met een gezin met vijf opgroeiende kinderen een zekere leraarsbaan liet voor wat-ie was en ging meehelpen een volledige ongesubsidieerde gereformeerde school van de grond te tillen.
Dat het in dit leven gaat om ‘de eer van Uw grote Naam’ en ‘dat velen de weg tot U zullen vinden’. Zoals mijn vader altijd aan tafel bad in voor zijn kinderen onvergetelijke woorden.
Dat onze Vader in de hemel niet ons vriendje is en dat eerbied voor Zijn heiligheid geboden is. Zoals mijn moeder vermaande, als er te familiair over God gesproken werd.
Dat het Evangelie in nieuwe tijden ook nieuwe vormen mag krijgen. Zoals dat voor mijn vader vanzelf sprak, toen hij, 75 jaar oud, in het verpleeghuis waar hij was opgenomen, pleitte voor opwekkingsliederen tijdens de wekelijkse zangavond naast de oude psalmen en gezangen.
Ja, wat zou ik schrijven over de eeuw van mijn vader? En wat zullen mijn kinderen later over de eeuw van hún vader schrijven? Zal het gaan over alles wat anders is dan vroeger? Waar we over kunnen glimlachen of waar we boos om kunnen worden? Of over dat wat vast is? Wat we niet mogen kwijtraken? Wat onveranderlijk, onopgeefbaar is?
En wat zou u schrijven?
De eeuw van mijn vader
Visie – 18 november 2000