Ga naar de inhoud

Homohaat

Voel je je niet ongelukkig, dat de homobelangenorganisatie COC de EO prijst om zijn streven om homovijandigheid in christelijke kring te bestrijden, vroeg iemand mij een week of wat terug. Nee, was mijn reactie, waarom zou ik me generen, als een ander, met wie ik over veel dingen van mening verschil, het op een wezenlijk punt met mij eens is?

Meer dan twintig jaar geleden zat ik samen met Krijn de Jong van Tot Heil des Volks in het COC-café aan Coolsestraat in het Rotterdamse Oude Westen. We debatteerden er met COC’ers over de Wet gelijke behandeling die toen in de maak was. Het ging er heftig aan toe. De mensen van het COC zagen die wet als een middel om discriminatie van homo’s tegen te gaan, terwijl wij namens EO en EA de wet als discriminerend voor christenen met kracht van de hand wezen.

Van wat ik in dat soort debatten heb gezegd, heb ik geen spijt. Het recht van christenen om hun overtuiging (ook over de homoseksuele leefstijl) op een christelijke wijze te uiten en in praktijk te brengen, was het verdedigen meer dan waard. Maar terugkijkend op die tijd zie ik nu ook de schade die toen is aangericht. ‘Je mag het niet doen’ heeft in mijn bijdragen in die jaren veel vaker en harder geklonken dan ‘je mag er om Christus’ wil zijn’. Vanuit de strijdsituatie rond deze wet is het beeld  blijven hangen, dat de mensen van de EO tegen homo’s zijn, en dat hun God tegen homo’s is.

Toen we als EO een jaar geleden rond dit onderwerp opnieuw in de publiciteit traden, wilden we dat beeld corrigeren. Benadrukken dat het bij Jezus nooit begint met de vermanende vinger, maar altijd met wijd open armen. Dat Hij heilig en rein is, jazeker, maar ook liefdevol en genadig. Dat christenen, voor ze tegenover homo’s de Bijbel opendoen over de homoseksuele levensstijl, eerst moeten beginnen met heel lang luisteren. Naar het levensverhaal van de homo op hun school of hun werk, in hun kerk of hun gezin. En vervolgens beseffen dat, als wij homo’s de weg van de navolging van Jezus Christus voorhouden, dat om te beginnen heel diep in ons eigen vlees snijdt. En dat homo-onvriendelijkheid, homovijandigheid en homohaat in kerk en samenleving in het licht van het Evangelie niet kunnen bestaan.

Dat lijken open deuren, maar dat zijn het niet. Als ik hoor hoe homo’s op (onze) scholen gepest worden, als ik de brieven lees van homo’s uit onze kerken over hoe ze zich in de kou gezet en doodgezwegen voelen (hoelang is het geleden dat er bij u in de kerk voor homo’s werd gebeden?), dan verdriet me dat. Als ik op onze eigen EO-website lees hoe ‘christenen’ in één adem zeggen dat het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden èn dat het toch wel jammer is dat de ouders van een homofiele jongen ‘die nichterige toestanden er al niet op jonge leeftijd hebben uitgeslagen’, dan wordt het mij koud om het hart. Dan zeg ik: er is voor christenen nog heel veel werk aan de winkel. En als mensen van het COC dat herkennen, dan ben ik daar oprecht blij mee.

Directiecolumn – Visie – Ad de Boer 4 juni 2003

Homohaat – Visie – 4 juni 2003