Ga naar de inhoud

Tel je zegeningen

Jarenlang hebben we op vakantie in Frankrijk samen met andere christenen Nederlandstalige diensten georganiseerd. In het dorpshuis of op het zwembadterras. Samen met evangelischen en gergemmers, bonders en vrijgemaakten: de EO in het klein. Ondanks verschillen herkenden we elkaar in de Here Jezus, luisterden we naar Zijn Woord en zongen we samen psalmen, Johan de Heer en Opwekking.

De laatste jaren proberen we meestal een dienst in een bijbelgetrouwe Franse gemeente bij te wonen. Vanwege de taal is dat vaak lastiger te volgen, maar wat vonden we het fijn om deze zomer in een evangelische gemeente in Vichy ‘Geen andere naam dan de naam van Jezus’ en ‘Welk een vriend is onze Jezus’ in het Frans te kunnen meezingen. Maar vooral: wat vinden die weinige Franse christenen die er zijn, het fijn, als geloofsgenoten uit het buitenland met hen de Here willen loven en prijzen.

Na de dienst raakte ik met een van hen in gesprek over mijn werk bij de EO. En ik merkte dat de christenen daar het bijna niet kunnen geloven: dat wij als EO meer dan 15 uur per week op de televisie uitzenden (nog los van de radio) op kosten van de overheid en dat die ons vervolgens geen strobreed in de weg legt, als het gaat om de boodschap van onze programma’s: het Evangelie van Jezus Christus. Voor Franse christenen is dat een paradijs waarvan ze op mijn gezag willen geloven dat het bestaat, maar dat ze zich nauwelijks kunnen voorstellen. En opnieuw zag ik het: als je vertelt over de EO, schieten de tranen hen in de ogen.

En ik dacht na dat gesprek: beseffen wij nog wel wat een ongelooflijk voorecht het is dat er in Nederland een EO is die op staatskosten het Evangelie mag omroepen? In dit geseculariseerde, verloederde land? Beseffen we het wonder daarvan nog? We kunnen als mensen van de EO soms geweldig mopperen over alle Hilversumse regels die het ons moeilijk maken: geen vast avondje EO meer, sportwedstrijden die EO-programma’s verdringen, De Verandering pas om elf uur ’s avonds en de plicht om met sommige programma’s veel kijkers te trekken. Daar krijgen we soms boze brieven over. Maar dat durf ik tegenover mijn Franse broeder of zuster echt niet te laten merken. Want die zou daar niets van snappen. Die zou zeggen: Waar klaag je over? Hoezo regels en beperkingen? Zie je wel wat je allemaal nog wel mag? Met een fractie van wat jullie hebben, zouden wij al zielsgelukkig zijn. Wees dankbaar, mensen van de EO. Mopper niet. En tel je zegeningen. Dat laatste lied hebben we in het Frans nog niet gezongen. Maar ze zullen het vast en zeker kennen.

Directiecolumn – Visie – Ad de Boer – 31 juli 2002

Tel je zegeningen – Visie – 31 juli 2002