Ga naar de inhoud

Christen voor Israël

Op 13 september 2002 hebben we in de Spakenburgse Westerkerk afscheid genomen van Pee Koelewijn: EO-redacteur in de jaren tachtig, maar sindsdien vooral de motor achter veel activiteiten en publicaties van Christenen voor Israël. Voor een stoplicht in Nijkerk gaf Pee’s hart het op. Maar veel eerder al had hij zijn hart verloren aan de God van Israël en aan het volk van Zijn verbond.

Met grote gedrevenheid heeft hij keer op keer alarm geslagen, als hij vond dat Israël in het nauw kwam. Vanuit een bewogen hart heeft hij tal van acties gevoerd om het Joodse volk te bemoedigen en te steunen.

Pee Koelewijn en ik waren het lang niet altijd eens in de taxatie van wat er in Israël gebeurde en hoe het verder moest met Israëli’s en Palestijnen. Over de politiek van opeenvolgende Israëlische regeringen verschilden we soms stevig van mening. Toch blééf de verbondenheid aan elkaar, wortelend in een diepe verbondenheid met het Joodse volk. Binnen de EO-achterban denken we lang niet altijd gelijk, als het om Israël gaat. Interviews en ingezondens in Visie geven daar regelmatig blijk van. En sommige EO-uitzendingen over het Midden-Oosten doen mensen soms vragen: waar is de liefde voor Israël gebleven?

Die liefde is niet altijd aan een losse EO-uitzending af te meten. Maar dwars door onze programma’s heen moet die wel te proeven zijn: liefde voor het Joodse volk. Het ‘oude bondsvolk’, zoals het vroeger werd genoemd, waarmee God een verbond heeft gesloten waarop Hij van Zijn kant niet terugkomt. Die verbondenheid met het Joodse volk – onze oudste broeder – moet in EO-programma’s tastbaar zijn: niet in elke vraag of elk commentaar, maar als een onmiskenbare onderstroom. En uit verbondenheid met het vok vloeit recht op een land en een staat voort, want wat is een volk zonder land en staat? En dus staan de christenen van de EO voor het recht van Israël om binnen veilige en erkende grenzen te leven.

Als oudere generatie hebben we die liefde en verbondenheid vaak van huis en kerk uit meegekregen Ze zijn verdiept door het wonder van 1948: de stichting van de staat Israël. En ze zijn versterkt, toen Israël, aangevallen door vele vijanden, in 1967 en 1973 als overwinnaar uit de strijd kwam: de kleine David versloeg de grote Arabische Goliath. Voor de jongere generaties zijn die liefde en verbondenheid minder vanzelfsprekend dan de oudere. Zij hebben 1948, 1967 en 1973 niet meegemaakt en krijgen uit tv-programma’s vaak de indruk dat de rollen van David en Goliath zijn omgewisseld. Maar ook de jongeren onder de EO-leden en -programmamakers mogen aangesproken worden op Gods Woord dat ons de Joden aanwijst als ‘geliefden om der vaderen wil’. Die liefde is niet blind voor feilen. Ze ziet scherp, maar komt wel uit het hart. Hart voor Israël.

Directiecolumn – Visie – Ad de Boer – 25 september 2002

Christen voor Israël – Visie – 25 september 2002