Ga naar de inhoud

Geitenkaas

Deze zomer heb ik de geitenkaas ontdekt. Tijdens vorige vakanties in Frankrijk beperkte ik me tot Brie, Emmentaler en Port salut. ‘Fromage de chèvre’ associeerde ik steevast met oneetbare stinkkaas. Maar afgelopen zomer, aangemoedigd door het Reiskookboek voor francofielen ben ik gevallen voor de geitenkaas, bij voorkeur ‘au lait cru’ of ‘fermier’. En lekker dat het bleek te zijn! Sindsdien gaat de geitenkaas bij ons overal overheen en doorheen: over stokbrood en crackers, maar door de sla, de stamppot n de macaroni. Geweldig!

Ik heb overigens deze vakantie meer nieuwe dingen op culinair gebied ontdekt. Zoals de licht gezouten Franse boter, knoflook als middel om je tieners voor vakantieliefdes te behoeden en sardientje op de barbecue. Maar mijn oude liefdes – spaghetti met tomatensaus, andijviestamppot met paprika en stokbrood met pindakaas – heb ik er niet voor in de steek gelaten.

Die combinatie van nieuwe dingen ontdekken en het oude behouden, gold deze zomer ook voor onze vakantiegebieden en campings. De neiging was soms groot om alleen het bekende en vertrouwde op te zoeken: die camping van vorig jaar met die grote plek en dat mooie uitzicht. Wat bij een nieuwe camping moet je maar weer afwachten, of het sanitair schoon is en of de tenten niet te dicht op elkaar staan. Toch zijn we ook op dit punt niet voor de verleiding bezweken om alleen het oude te koesteren, maar zijn we ook letterlijk nieuwe wegen ingeslagen. We genoten voor het derde jaar achtereen van die schitterende kleine camping in Zuid-Bretagne (nee, dat adres krijgt u echt niet). Maar we ontdekten ook de woeste rotskust van Noord-Bretagne, die stille camping ergens aan de Vire in Normandië en dat prachtige plekje aan het Lac de Varennes.

Die vakantie-ervaringen van 1997 vormen een parallel me ontdekkingen die ik de afgelopen tijd op geestelijk gebied deed. Ik voel mij tot in mijn tenen (Nederlands) gereformeerd en geniet van de diensten in onze eigen gemeente, maar ben diep onder de indruk gekomen van de missionaire toewijding van de piepkleine Baptistengemeente in Laval en de vurige lofprijzing in de Pinstergemeente van Tours. Psalm 42 zing ik met een brok in mijn keel, maar Opwekking 389 niet minder.

Calvijn is mij dierbaar, aan Veenhof en Velema heb ik veel te danken en op Zondag 1 van de Heidelberger en artikel 37 van de NGB zeg ik met heel mijn hart Amen. Maar wat is er voor een christenmens vandaag veel nieus te ontdekken bij schrijvers uit andere tradities. Wat een nieuw zicht op het vaderschap van God heeft het boek Eindelijk thuis van de katholieke Henri Nouwen veel reformatorische christenen niet gegeven. Wat hebben evangelische schrijvers als Max Lucado (Daarom noemen ze Hem de Verlosser) en Philip Yancey (Jezus zoals ik Hem niet kende) niet een stof afgeblazen van het beeld van Jezus zoals dat in de loop van de tijd bij veel kerkmensen is ontstaan.

Ik weet het: Lang niet alles wat nieuw is, is goed. En naast goede gidsen en wegwijzers zijn er ook die je de verkeerde kant op sturen. Maar dat is geen reden om alleen bekende wegen te gaan. Als wij naar Frankrijk gaan, doen we dat op de bonnefooi. We zien wel waar we terecht komen. Zo mag ook een christen op ontdekkingsreis zijn. Op de bonnefooi. Heel letterlijk: à la bonne foi. Met ‘het goede geloof’ in de Goede Herder, Wiens stem we hebben leren kennen en wiens Woord een betrouwbare Gids is.

Directiecolumn – Visie – Ad de Boer – 7 september 1997

Geitenkaas – Visie – 7 september 1997