‘We zijn gewoon onafhankelijke journalisten in dienst van de VARA’. Met die woorden verklaarden de makers van een Zembla-documentaire eerder deze maand, hoe het mogelijk was dat ze, hoewel zelf werkend voor een omroepvereniging, in hun programma een bestel van omroepverenigingen op de schroothoop gooiden.
We worden weliswaar door omroep X of IJ betaald, maar we zijn onafhankelijk in onze journalistieke keuzes en laten ons door niemand de inhoud van ons programma voorschrijven. Niet door een directeur, niet door een bestuur, niet door de leden. Het is een merkwaardige gedachte die je in Hilversum regelmatig tegenkomt en die vakbonden in redactiestatuten willen laten vastleggen. Merkwaardig, omdat het niet waar is. Geen mens is onafhankelijk. Iedereen staat in de wereld met een levensovertuiging, een geloof in God, in iets of in niets, een visie op mens en samenleving. Elke journalist maakt vanuit die overtuiging keuzes: welk onderwerp kies ik en welk niet, wie nodig ik uit in mijn programma en wie niet, welke boodschap breng ik met mijn programma en welke niet?
De gedachte is daarom ook merkwaardig, omdat-ie haaks staat op ons omroepbestel. De publieke omroep als geheel moet onafhankelijk zijn. Onafhankelijk van de commercie, onafhankelijk van de overheid. Geen beïnvloeding door het geld of door de staat. Zo geldt voor een programma als het NOS-Journaal (‘van iedereen, voor iedereen’) dat het onafhankelijk moet zijn. Niet bevooroordeeld in de nieuwsselectie, niet gebonden aan een partij, kerk of (on)geloof, zo onafhankelijk mogelijk nieues selecteren en brengen. Maar voor de afzonderlijke omroepen geldt dat niet. Die hoeven niet onafhankelijk te zijn. Samen moeten ze de veelkleurigheid van de Nederlandse samenleving laten zien. Maar ieder voor zich moeten ze één van die kleuren zo duidelijk mogelijk laten uitkomen. Moeten programmamakers in dienst van een omroep vanuit de missie en de identiteit van hun opdrachtgever werken? Misschien dan wel niet meer zo socialistisch als in de jaren zestig, maar wel vanuit een sociaal-progressieve maatschappijvisie. Wellicht anders dan in de tijd van het rijke roomse leven, maar wel vanuit een eigentijdse invulling van het katholieke gedachtengoed. Niet altijd meer conform de vastomlijnde standpunten van de EO uit de jaren tachtig, maar wel vanuit het Evangelie van Jezus Christus dat het hart van de missie van de EO blijft vormen. Dat geldt voor bestuursleden, directeuren, makers van kinderprogramma’s en journalisten. Niks geen onafhankelijkheid en vrijblijvendheid, maar gedreven door een missie. Verbonden met Degene in wiens dienst je staat.
Om van daaruit vrijmoedig in de wereld te staan, kritisch tegenover gevestigde tradities en vrij van modieuze hypes. Geen slaaf van aardse machten of dat nu autoriteiten of journalistenbonden zijn, in diens van Jezus, die Heer is. Ook over je pen, je recorder of je camera.
Directiecolumn – Visie – Ad de Boer – 28 februari 2004