Ga naar de inhoud

Gedicht voor ons kind

Dank u wel, het gaat goed met me. Na mijn laatste column over het feit dat onze jongste dochter het huis uit ging, heb ik nogal wat bezorgde reacties gekregen. Vind je het echt zo moeilijk om je kind los te laten? Je zult het wel zwaar hebben in deze weken? Wil je er nog verder over praten? Of, tegen mijn vrouw: Heeft j man last van het lege nest-syndroom?

Dank voor alle medeleven. Het gaat prima met me, afgezien van een zere schouder als gevolg van het tillen van een koelkast, toen we onze dochter verhuisden. Maar verder geen probleem: ze is goed onder dak en we zien haat nog vaak. En Ineke en ik genieten van het feit dat we nu regelmatig samen zijn.

Maar de meeste vragen kreeg ik toch wel over het gedicht van Geert Bogaard, waaruit ik in de vorige column een paar regels citeerde. Een gedicht over het loslaten van je kinderen. Hier volgt het in zijn geheel.

 

Gedicht voor ons kind

Je bent gedragen om verlost te worden, gekomen om te gaan

de streng die je bond aan het lichaam van je moeder

moest verbroken worden om te laten leven.

 

Dit mogen wij noot vergeten: je bent geen bezit.

Wij hebben jóu niet, jij hebt óns, om je te leiden, te beschermen

te bewaren voor angst, om je te zeggen

dat we niet bang zijn als het onweert

en met je te zingen in de nacht.

 

We zijn toeschouwers aan de rand van je leven

we mogen je gadeslaan terwijl je speelt

en naar je lachen terwijl je verloren bent in wat je ziet en doet.

 

We zien je langzaam worden wat je bent

we houden we weg open naar je geluk

en trachten te verhinderen dat je wordt wat je niet kunt zijn.

 

Je hebt veel te vragen

Als je naar God vraagt  vertellen we van Jezus

als je naar de dood vraagt vertellen we van het leven

vraag je waar je vandaan komt dan zullen wij zeggen:

uit de wereld der liefde.

 

Je mag ons eenmaal verlaten, je bent er om dat te doen

je mag je heengaan voleindigen.

Al wat wij voor je deden is voorlopig.

Je moet niet ons worden. Je moet jezelf worden.

Je moet worden waarheen je wijst: je eigen wonder.

We hopen voor je, altijd, je verschijnt in onze gebeden.

We hopen dat je blij zult worden, levend in de schepping

Man en vrouw, wandelend in licht van vergeving, en wachtend op het Rijk.

 

Je mag gaan. Je zult het. Het is een gebod, een belofte.

Ga heen in vrede.

Directiecolumn – Visie – Ad de Boer – 10 november 2002

Gedicht voor ons kind – Visie – 10 november 2002